“Een goede kelner heeft altijd een pen bij zich”

Het begon met iets heel simpels. Een leerling kwam naar me toe tijdes de uitvoering van module; studenten nodigen hun ouders uit voor een mooi diner op Deltion. Het waren eerstejaars. Gewoon tijdens de les, vroeg ze: “Meneer, heeft u een pen?” Op zich niets bijzonders. Ik pakte er eentje uit m’n tas. Maar ik hoorde mezelf bijna jolig zeggen: “Een goede kelner heeft altijd een pen bij zich.”

Zo’n uitspraak dat je ooit zelf hebt gehoord en bent gaan herhalen. Omdat het ergens klopt. Omdat het een soort 'vakwijsheid' is. Maar ze keek me aan met een frons, een beetje verbaasd. “Wat is een kelner?”, vroeg ze.

Heel even dacht ik dat ze een grapje maakte. Maar nee, de student meende het. En toen zei een andere leerling er nog achteraan: “Volgens mij is dat een pennenmerk.” Op dat moment wist ik niet zo goed of ik moest lachen of gewoon stil moest vallen.
Ik voelde me niet per se oud, maar wel veel ouder op dat moment.

Alles verandert. Natuurlijk.

Het is ook logisch. De taal en het vak. De manier van werken verandert. Waar je vroeger gewoon 'kelner' zei, heet het nu ‘bedieningsmedewerker’, of ‘gastheer/gastvrouw’. Of als je het in managementtaal giet: hospitality professional. Dat is logisch want het vak is meegegroeid. Maar toch... ergens is het ook confronterend als zo'n woord (terecht) verdwijnt. Omdat het niet alleen een term is, maar ook een verhaal. Een beeld en gevoel. Die opmerking over die pen … ja, ik realiseer me dat die inmiddels ook een tikje achterhaald is. Want bediening werkt tegenwoordig eigenlijk zelden nog met pen.

Ze gebruiken handhelds. Van die kleine apparaten waarmee je de bestelling direct naar de keuken stuurt. Veel sneller. Minder fouten. Helemaal van nu. Maar toch.

Misschien wordt het een gezegde

Het is niet dat ik tegen technologie ben. Absoluut niet. Maar die pen — die stond ergens voor. Voor voorbereiding. Voor betrokkenheid. Voor iets simpels als: Ik ben er klaar voor. Je luisterde naar de gast. Je keek ze aan. Je noteerde met aandacht.
En die handeling had iets rustigs, ritme en kalmte op het moment. Je was echt bezig met die persoon tegenover je. Nu zie je vaak iemand iets intikken zonder op te kijken. Professioneel, zeer zeker. Maar het is anders, misschien minder warm en contactvol? Minder ambachtelijk? Of lijkt vroeger altijd wat beter. Kan ook.

Maar misschien wordt het later een gezegde waarvan we ons afvragen waar het ooit vandaan kwam zoals: “Iets aan de grote klok hangen”. Dus tijd en taal verandert. 

Die leerlingen dan?

Ik neem het ze echt niet kwalijk en snap het ook. Ze kennen het woord ‘kelner’ simpelweg niet meer. Hoewel ik wel de proef op de som heb genomen en bij andere klassen heb rondgevraagd. Enkelen kenden het woord nog. Maar kan me voorstellen dat de volgende generatie er nog meer moeite mee heeft. Dat zegt niets over hun motivatie of liefde voor het vak. Alleen iets over hoe snel dingen verschuiven. Hoe snel kennis - en taal uit beeld kan raken.

Misschien moeten we niet alleen technieken overdragen, maar ook context. Verhalen en Betekenis waar . Niet om terug te verlangen naar vroeger. Maar om te laten zien waar iets vandaan komt. Wat de bedoeling ooit was. Wat we misschien niet helemaal kwijt willen raken.

Dus ja.

'Een goede kelner heeft altijd een pen bij zich'. En als iemand dan vraagt wat een kelner is? Dan weet ik het ook uit te leggen en besef ik me dat het woord verdwijnt. Of misschien geef ik gewoon de pen, glimlach even om mezelf, en besef hoe oud ik ben geworden. (En nee — voor de zekerheid: Kelner is geen pennenmerk)