Afscheid

De deur van het crematorium sluit achter me. De stilte die erop volgt, is niet de zachte stilte van een gesloten restaurant na sluitingstijd, maar de absolute stilte van een heel definitief einde.

Ik sta hier, op een begrafenis. Niet van een familielid, ik ben er voor een vroegere gast en uiteindelijk een vriend. Een man (en zijn vrouw) wiens gezicht ik kende van tafel 3, die altijd een mooie Bourgogne bestelden, altijd uitdaagde, randjes van discussies opzocht en waarmee ik schuine grappen maakte waarvan we beide wel eens hardop afvroegen of die wel mochten. Soms heb je een gast waarbij de scheidslijn tussen ‘gast zijn’ en ‘gastheer zijn’ vervaagt. Niet altijd wenselijk maar hier was het resultaat dat we ook na het stoppen met Kaatje contact hielden. Over een culinaire vraag, over uit eten gaan en over het aanstaande bezoek bij hun thuis. Er was verbondenheid. 

Moment van geluk

Gastvrijheid is gebaseerd op open ontmoetingen, op het verwelkomen van mensen. Je zorgt ervoor dat ze zich comfortabel voelen, welkom voelen. Gastvrijheid creëert een moment van geluk, van samenzijn en elkaar zien. Het is een paradoxale relatie: ik ken hun verhalen en ik maak deel uit van hun moment. Ik was de gastheer van hun ontsnapping, hun avondje uit en ben alleen op de juiste momenten aanwezig.

Die dag ben ik echter niet de gastheer, maar de gast bij hem. Als gast is hij weer de hoofdpersoon, maar de rollen zijn omgedraaid. Ik ben in zijn huis, of in ieder geval in de plek waar zijn laatste afscheid plaatsvindt. Ik ben een toeschouwer van zijn leven, een leven wat ik gedeeltelijk geobserveerd heb. Al met al zo’n kleine 25 jaar. 

Onbekende in verdriet

Het is vreemd, de afstand en de nabijheid die hier samenkomen. Ik ben hier, op zijn afscheid, en toch ken ik de meeste verhalen van de mensen om me heen niet. Op een enkeling na. Ik ben een onbekende in hun verdriet, maar tegelijkertijd doet het me wel veel. Want in dit afscheid zie ik ook de afwezigheid van ‘altijd een mooie Bourgogne, altijd uitdagen, randjes van discussies opzoeken en schuine grappen maken waarvan we beide wel eens hardop afvroegen of die wel mochten’. Het leven dat zich elke keer weer voor mijn ogen afspeelde.

Paradox

Het is een paradox. Als gastheer was ik deel van zijn leven, maar als gast op zijn begrafenis ben ik getuige van zijn dood. En in dat alles, in de stilte van deze crematorium, besef ik hoe de vele ontmoetingen, op de zaak of thuis, toch een onuitwisbare indruk achterlaten. We creëren herinneringen met elkaar. Of ik nu zijn favoriete Bourgogne bracht of hij mij omhelsde als bedankje voor een fijne avond (tranen van het lachen), we hebben elkaars leven beïnvloed, hoe klein die invloed ook was. Het zijn de onbekende gezichten die onze dagen kleur geven, en de paradox van dit afscheid leert me dat zelfs in de dood, de gastheer en de gast voor altijd met elkaar verbonden zijn. En zijn leven verhaalt zich door in de verhalen die ik mag vertellen.