Na jaren met volle overtuiging les te hebben gegeven op het Deltion College in Zwolle, komt er een moment om afscheid te nemen. Een mooi moment om terug te kijken op hoe ik studenten het horecavak heb proberen bij te brengen en wat ik daar zelf van geleerd heb.
Gastheerschap is immers complex. Dat klinkt tegenstrijdig, want iedereen denkt te weten wat gastvrijheid is. Toch is dat precies het punt: de grootste misvatting over gastvrijheid is dat het ‘simpel’ zou zijn en in je DNA zou zitten. Iets wat velen helaas nog steeds denken. Maar gastvrijheid is geen trucje of een standaard riedeltje. Het is vakmanschap, en dat vraagt om inzicht, oefening, structuur, 'goede dingen doen' en vooral bewustzijn.
In mijn lessen vertaalde ik het onderwerp altijd naar de belevingswereld van de student. Pas als je een vertaling kan maken naar zijn of haar belevingswereld begint het leren van de student. Dus vertelde ik verhalen. Over de praktijk en over hoe gasten soms denken dat ze precies weten wat het vak inhoudt, terwijl ze vaak alleen vanaf de buitenkant kijken.
Een van de boeken die mij daarin inspireerde was Fred Lee. In zijn boek If Disney Ran Your Hospital onderzoekt hij hoe gastvrijheid werkt in omgevingen waar je het niet direct verwacht zoals in een ziekenhuis. Hij stelt daarbij een interessante vraag: Wat als Disney het ziekenhuis zou runnen? Die gedachte-experimenten helpen om scherp te krijgen wat gastvrijheid écht inhoudt.
Fred Lee (2014) benadrukt dat het eerste denkniveau van gasten eenvoud is die voortkomt uit onwetendheid. Bijvoorbeeld als een gast ‘O, dat is heel simpel’ zegt, maar geen idee heeft waarover hij het heeft. Het tweede denkniveau is complexiteit die voortkomt uit inzicht: wanneer iemand beseft dat een bepaald onderwerp veel gecompliceerder is dan dat het op het eerste gezicht lijkt. Het derde denkniveau is eenvoud die voortkomt uit een diep inzicht. Slechts weinig gasten bereiken dit stadium.
Dat derde niveau wilde ik mijn studenten altijd meegeven omdat ik geloof dat echt vakmanschap zit in de kracht om in elke situatie ‘het goede te doen’ ook als niemand kijkt. Of je nu één tafel hebt of honderd. Of er nou een manager in de buurt is of niet. Of er nu iemand kijkt of niet.
Ik vroeg mijn studenten vaak: "Wat is goede dingen doen?"
Stel je voor, zei ik: je moeder heeft een mand met was op de trap gezet. Niemand kijkt. Maar jij neemt die was uit jezelf mee naar boven. Niet omdat het moet, niet omdat iemand het vraagt, maar omdat je weet dat het hoort. Dat is het verschil tussen iets doen omdat het moet, en het 'goede doen' omdat je het begrijpt. Dáár begint gastheerschap.
Dat kleine gebaar is precies wat gastvrijheid in de kern is. Er wordt geen applaus verwacht, alleen geven van aandacht en toewijding. Gastvrijheid is dus niet alleen een vaardigheid. Het is een houding. Een keuze om elke keer opnieuw het verschil te willen maken, ook als dat niet per se wordt gezien. Maar omdat je weet dat dat ‘het goede’ is.
En dat is wat ik hoop dat mijn studenten meenemen uit mijn lessen: goede dingen doen. Op het werk, op de opleiding en in de familie. En daarnaast dat gastvrijheid niet vanzelfsprekend is, maar wel van onschatbare waarde. Net als de was op de trap.